Afvallen hoe zit het nu? Om af te vallen moet ervoor gezorgd worden, dat er netto meer energie verbruikt wordt, dan dat er binnengekregen wordt. De volgende vier soorten stoffen leveren energie: vet, koolhydraten/glucose, eiwit en alcohol. Deze energie wordt door het lichaam voor de volgende vier zaken gebruikt: voor warmteproductie, om te bewegen, voor weefselonderhoud en voor weefselopbouw. De ene manier van afvallen kan door middel van het minder innemen van de vier energieleverende stoffen. De tweede manier is ervoor te zorgen dat het lichaam meer energie gebruikt. De laatste manier is de combinatie van de twee.
Vetinname bij afvallen
Lees hier meer over
Afvallen
De gemiddelde energieleverantie van vet bij de Nederlandse en Vlaamse bevolking ligt al jaren zo rond de veertig procent. Doordat dit zo'n grote hoeveelheid is, is het vrij eenvoudig dit ietwat terug te schroeven om af te vallen. Het lichaam heeft een aantal vetachtige stoffen wekelijks nodig. Dit zijn essentiële vetzuren en de vetoplosbare vitamines. De behoefte van essentiële vetzuren kan geheel gedekt worden door het twee maal per week [bron?] eten van een portie vette vis zoals haring, makreel, zalm of paling. Door dagelijks wat te eten van groentes met veel bètacaroteen, zoals wortel, spinazie of paprika wordt de vitamine A-behoefte van het lichaam ruimschoots gedekt. De vitamine D-behoefte wordt gedekt als de handen en gezicht een kwartier blootgesteld worden aan direct daglicht in de buitenlucht.
Lees hier meer over
Afvallen